Veranderingen en Verhuizingen »

    Het Spoorwegmuseum vierde in 2007 haar 80ste verjaardag. In de 80 jaar is het museum vaak veranderd van indeling, inrichting en stijl. En dat allemaal op dezelfde locatie; maar welke veranderingen heeft het museum eigenlijk in het verleden ondergaan?

    1927 Oprichting Spoorwegmuseum in kantoor van NS
    Al in 1910 steken directieleden van verschillende spoorwegmaatschappijen en andere geïnteresseerden de koppen bijeen om een museum over de spoorwegen op te richten. Het lukt hen niet om iets van de grond te krijgen. Intussen verzamelt de spoorwegambtenaar G.W. van Vloten alles wat betrekking heeft op de geschiedenis van de spoorwegen. Als zijn woning in de Utrechtse kanonstraat te klein wordt, mag hij van de spoorwegdirectie een kamer van één van de hoofdgebouwen van de Nederlandse Spoorwegen inrichten als museum. In 1927 besluit de directie om samen met Van Vloten een echt museum van de grond te krijgen (zie foto). De Stichting Nederlandsch Spoorwegmuseum ziet het daglicht. Van Vloten overlijdt echter nog hetzelfde jaar en zijn collectie verkommert.
    1928 De nieuwe directeur en de eerste aankopen
    Henri Asselberghs blaast de zaak weer leven in. Op 1 december 1928 presenteert hij trots de collectie in een tentoonstellingsruimte in Hoofdgebouw II van de spoorwegen. Het museum is een succes, maar de ruimte is al snel te klein. In 1929 komen 3385 bezoekers het museum bekijken. In die tijd koopt het museum ook haar eerste collectiestukken aan: een paardentramrijtuig en een stoomlocomotief (de SS13 uit 1871).
    1941 Oorlog jaagt collectie naar het Rijksmuseum Amsterdam
    De collectie rollend materieel groeit evenals het bezoekersaantal (tegen de 7000) en het museum gaat op zoek naar een nieuwe locatie. Maar dan breekt de oorlog uit en moest het museum plaats maken voor de Duitse bezetter. De museumvoorwerpen vinden een veilig onderkomen in Amsterdam. Tijdens de oorlog is het museum gehuisvest in een vleugel van het Rijksmuseum in Amsterdam en trekt het meer dan 30.000 bezoekers per jaar!
    1945 Collectie zonder museumgebouw: opslag op Amsterdam CS
    Na de oorlog wordt de verzameling ingepakt en opgeslagen op de zolder van Amsterdam CS.
    1953 Spoorwegmuseum in verlaten station
    Dan grijpt president-directeur van NS, ir. F.Q. den Hollander, in. Hij besluit tot huisvesting van het museum in het leegstaande Maliebaanstation. Op 5 november 1954 wordt hier een voor die tijd modern museum geopend (zie openingsdocument). In de loop der jaren breiden verschillende directeuren de collectie van het Spoorwegmuseum uit. Zo zorgt mevrouw Asselberghs (dochter van de vroege directeur en zelf directrice tot 1984) ervoor dat er een goede perronoverkapping komt ter bescherming van het materieel. Maar plannen voor een nieuw museumgebouw op het rangeerterrein kunnen voorlopig geen werkelijkheid worden. De grond is aan derden verhuurd. Het bezoekersaantal is inmiddels gestegen tot 125.000 per jaar.
    1989 Museum in een modern jasje
    Het Maliebaanstation wordt modern ingericht met loopbrug en zwevend auditorium. Onder het bewind van de huidige directeur Paul M. L. van Vlijmen komt er een buitenmuseum en een rondrittrein. Dit buitenmuseum leent zich goed voor evenementen. Het museum krijgt in de jaren '90 extra faam met het organiseren van de Stoommanifestatie, het Modelbouwweekend, de Boekenmarkt, de Pasar Perron, Xmas Station en kinderattracties als de Jumbo Express. In 1998 wordt de multimedia treinenshow de HollandRailShow geopend. Op 7 januari 2003 bestaat het museum 75 jaar. De bezoekersaantallen zijn gestegen tot 160.000 met een uitschieter in 1998 van 200.000. Maar de collectie staat nog steeds grotendeels buiten en de grote restauraties van de jaren '90 blijken niet voldoende om het materieel voor de toekomst te behouden. Het buitenterrein wordt ineens heel aantrekkelijk als grond voor nieuwbouw. Onder het motto 'het museum wil de collectie onder dak brengen' worden plannen voor de toekomst gemaakt.

    2005 Het keerpunt
    In 2000 maakt de Hoofddirectie van NS het mogelijk Het Spoorwegmuseum verder uit te bouwen tot een cultuurattractie. Het Maliebaanstation wordt geheel teruggebracht in de situatie ten tijde van de oprichting. De wandschilderingen, de ramen en deuren, de loketten en wachtkamers; alles wordt in de oude grandeur hersteld. Het is weer “de poort naar de wereld” zoals het in 1874 bedoeld is. Als poortgebouw brengt het de bezoekers in de juiste sfeer van het reizen per trein. Ook worden de mogelijkheden die het oude rangeerterrein bieden, ten volle gebruikt door de nieuwbouw van een museumgebouw. Zo is er plaats gemaakt voor vier Werelden die gebaseerd zijn op een belevingsconcept, dat wil zeggen dat educatie op een actieve en belevende manier wordt gebracht. De huidige opzet biedt optimale beheerskwaliteiten voor het rollend materieel, grote expositiemogelijkheden, ruimte aan films, bibliotheek, open depots en bovenal aan een evenwichtig educatief programma. Beheer, behoud, educatie en presentatie zorgen samen voor 900.000 bezoekers in de eerste 26 maanden na de opening. Het museum kan de toekomst na deze facelift weer helemaal aan.

    verzamelingvanvlotenvan_vloten2
    rijksmuseum_1942rijksmuseum_1942_c
    verbouwing_1953portret_f.q._den_hollander
    locoppotenverbouwingverbouwing_winterlocoppoten1omgevingseinhuis