Bruikleengever: National Railwaymuseum, York, Engeland
De Engelse koningin Adelaide (1792-1849) was tante van de latere koningin Victoria. Van 1830 tot 1837 was zij koningin van Engeland.
De eerste spoorlijn ter wereld wordt in1830 geopend in Engeland. In 1840 maakt koningin-weduwe Adelaide als eerste Engelse ‘royal’ een tocht met de trein.
Adelaide is zeer enthousiast over de snelle en voorspoedige treinreis.
In 1842 krijgt Adelaide een eigen salonrijtuig. Het uiterlijk van het rijtuig doet sterk denken aan dat van een koets. Toch is het in zijn tijd een voorbeeld van de modernste rijtuigbouw.
Victoria’s neef George, de koning van Hannover, is dermate onder de indruk dat hij een exacte replica bestelt. Dit tot groot genoegen van de Engelse spoorwegmaatschappijen. Ondanks de snelle opkomst van de spoorwegen in Engeland heerst nog altijd wantrouwen tegen het nieuwerwetse vervoermiddel. Koninklijke klandizie wordt gezien als uitstekende reclame.
Bruikleengever: DB museum, Neurenberg Duitsland
Koning Ludwig II van Beieren was van 1864 tot zijn mysterieuze dood in 1886 vorst van het Koninkrijk Beieren. Hij is niet alleen bekend door de sprookjesachtige kastelen die hij liet bouwen, maar ook door zijn voorliefde voor de muziek van Richard Wagner. De rijk versierde meubels van zijn trein van omstreeks 1860 geven een goede indruk van de pracht en praal van zijn hof.
Tussen 1858 en 1861 laat koning Maximiliaan II van Beieren een aantal nieuwe koninklijke rijtuigen bouwen, waaronder een fraai salonrijtuig. Zijn zoon Ludwig II laat dit in 1868 opnieuw inrichten in Lodewijk XIV-stijl. De wanden van de salon worden, evenals het meubilair, met goud verguld. Aan het plafond wordt een lamp bevestigd die in een allegorische schildering de zon symboliseert. Het salonrijtuig wordt zo rijk gedecoreerd dat met recht over ‘Versailles op wielen’ kan worden gesproken. Naast een gloednieuw interieur voor het salonrijtuig bestelt Ludwig ook een nieuw open balkonrijtuig.
Bruikleengever: Het Jernebanemuseum, Odense, Denemarken
Koning Christiaan (1818-1906) regeerde van 1863 tot 1906 in Denemarken. Hij staat ook wel bekend als ‘De Schoonvader van Europa’ omdat veel van zijn kinderen en kleinkinderen overal in Europa met koninklijke telgen trouwden. De koning van Denemarken krijgt in 1871 een nieuw salonrijtuig. Na de verloren oorlog tegen Duitsland staat Denemarken er economisch gezien niet al te best voor. Christiaan kan zich geen grote financiële uitspattingen veroorloven en laat het rijtuig daarom vrij sober uitvoeren. Het rijtuig wordt in 105 losse onderdelen in Duitsland gebouwd en in Kopenhagen samengesteld. Het uiterlijk heeft in al die jaren slechts kleine veranderingen ondergaan. Het meubilair in de grote salon is oorspronkelijk met oranje zijde bekleed. Mogelijk is de buitenkant ooit koningsblauw geweest. Als het rijtuig uit dienst wordt genomen na de dood van de koning, heeft het moderne voorzieningen als elektrische verlichting en stoomverwarming.
Bruikleengever: Technische museum, Praag, Tsjechië
Frans Ferdinand (1863-1914) was Aartshertog van Oostenrijk-Hongarije. Zijn oom Frans Jozef en tante Elisabeth (Sissi) waren keizer en keizerin. In 1896 werd Frans Ferdinand troonopvolger van de dubbelmonarchie. De moord op Frans Ferdinand in Serajevo in 1914 vormde de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog. Het rijtuig dat speciaal voor Frans Ferdinand in 1910 bij de firma Ringhoffer gebouwd werd is nog steeds rijvaardig. Het rijtuig heeft een houten opbouw met stalen beplating en beschikt over een salon, twee slaapcoupés die met elkaar verbonden kunnen worden en een toiletruimte. Het is bovendien voorzien van elektrische verlichting en stoomverwarming. Franz Ferdinand gebruikt de trein regelmatig om naar jachtpartijen af te reizen. Tijdens die reizen staat hij er op dat het protocol strikt wordt nageleefd.
Bruikleengever: de Belgische Spoorwegen.
Albert werd in 1875 geboren als zoon van een broer van de Belgische koning. Na het overlijden van zijn oom Leopold in 1909 werd Albert tot koning van België gekroond.
Tussen 1901 en 1912 wordt een koninklijke trein gebouwd voor koning Leopold II en zijn opvolger Albert I. De trein bestaat uit stoomlocomotief nr. 18.051 en heeft drie rijtuigen: een luxueus privé salonrijtuig met slaapvertrekken, een conferentie-restauratierijtuig en het salon-eetzaalrijtuig dat in Het Spoorwegmuseum te zien is. De Belgische koninklijke trein doet dienst van 1901 tot 1938.
Het salon-eetzaalrijtuig dat in 1912 gereed komt, is fraai ingericht, tot in de puntjes afgewerkt en van alle gemakken voorzien. De twee balkons en het salongedeelte zijn uitgevoerd in Art-Nouveau stijl. De eetkamer heeft een rijk versierde lambrisering. De meubels in Lodewijk XV-stijl zijn waarschijnlijk later bijgeplaatst.
Bruikleengever: Museum van Transport, Sofia, Bulgarije
Boris III volgt zijn vader Ferdinand I op als koning van Bulgarije als deze in 1918 aftreedt.
De Bulgaarse koningen Ferdinand I (1861-1948) en zijn zoon Boris hebben tenminste één ding gemeen: ze zijn allebei treinfanaten bij uitstek. Ze halen beiden hun machinistendiploma zodat ze zelf ‘op de bok’ van een stoomlocomotief kunnen staan. In 1938 krijgt Boris III de beschikking over een complete trein die bestaat uit een salonrijtuig, een keukenwagen, een restauratiewagen, een bagagewagen en een wagen om een auto mee te nemen.
Als het nieuwe salonrijtuig van Boris III met een feestrit in gebruik wordt genomen, neemt hij geen plaats in het rijtuig, maar klimt hij direct ‘op de bok’ van de versierde stoomlocomotief. Het rijtuig is nog steeds rijvaardig en doet dienst in de Corona-Express, een luxe trein van de Bulgaarse Spoorwegen.
Met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft Het Spoorwegmuseum de koninklijke trein van koningin Juliana en prins Bernhard opgeknapt. De salonrijtuigen nummer 8 en 9 (Sr8 en Sr9) zijn de enige koninklijke rijtuigen in de vaste collectie van Het Spoorwegmuseum. De rijtuigen zijn opnieuw geschilderd en voorzien van glazen afscheidingen waardoor de trein -voor het eerst- toegankelijk wordt voor het publiek.
Voor de Sr8 en Sr9 worden twee bestaande personenrijtuigen radicaal omgebouwd. De rijtuigen werden oorspronkelijk in 1932 gebouwd als NS AB 7522 en NS AB 7546 bij Werkspoor in Amsterdam. De rijtuigen worden op wens van koningin Juliana functioneel en zonder overbodige luxe uitgevoerd. De rijtuigen ademen daardoor de zuinigheid die de tijd van de wederopbouw zo kenmerkt. Als eerste komt in 1953 de Sr8 gereed, die bestemd is voor prins Bernhard en de prinsessen. Twee jaar later krijgt Koningin Juliana met de Sr9 ook een rijtuig met een salon, een werk- en slaapcoupé en een keukencompartiment. De twee rijtuigen blijven tot 1993 in gebruik en maken gedurende hun dienstjaren bijna 80 ritten in binnen- en buitenland. Ze worden voornamelijk ingezet bij staatsbezoeken van buitenlandse vorsten en staatshoofden en voor de wintersportvakanties van de koninklijke familie.
Bruikleengever: Het Railwaymuseum van Santarém, Portugal
Maria Pia (1847-1911) was de dochter van de Italiaanse koning Victor Emmanuel. Op haar vijftiende trouwde zij met koning Luis I van Portugal. Haar vader gaf haar een origineel huwelijksgeschenk, namelijk een prachtig vormgegeven rijtuig. Het Spoorwegmuseum mag niet alleen het rijtuig, maar ook de bijbehorende locomotief en tender en het prinsenrijtuig lenen, zodat de gehele Portugese koninklijke trein in de tentoonstelling te zien zal zijn.
Het rijtuig van koningin Maria Pia vertoont grote gelijkenis met een koets. De vormen en lijnen van de coupés zijn overduidelijk afgeleid van de postkoetsen die omstreeks 1850 nog overal in Europa worden gebruikt. Het rijtuig heeft een slaapcoupé met een porseleinen toilet, een saloncoupé en een coupé voor het hofpersoneel. Het interieur is rijkelijk bekleed met goudkleurig en rood fluweel en crèmekleurig zijden brokaat.
Bruikleengever: Finnish Railway Museum, Hyvinkää, Finland.
Tsaar Alexander II (1818-1881) was een neefje van de Nederlandse koningin Anna Paulowna. Hij regeerde van 1855 tot 1881 en staat bekend als een hervormingsgezinde vorst. Toen in 1869 de spoorlijn van Sint Petersburg naar Finland werd aangelegd, werd ook een koninklijke trein gebouwd voor dit traject.
Van de bijna 100 tsarenrijtuigen waarmee de Romanov’s in het immens grote Russische rijk hebben rondgereden, zijn slechts drie rijtuigen van de Finse tsarentrein bewaard gebleven. Finland is een Groot-Hertogdom van Rusland voordat het in 1917 onafhankelijk wordt. Speciaal voor bezoeken van de tsaar aan Finland worden tussen 1870 en 1875 vijf rijtuigen gebouwd. Het rijtuig van de tsaar, de tsarina en het salonrijtuig zijn bewaard gebleven, terwijl het restauratierijtuig en de keukenwagen zijn gesloopt. Het meubilair is van Amerikaans notenhout, de bekleding van verschillende kleuren zijde en leer. In de loop der jaren krijgen de twaalf meter lange rijtuigen moderne voorzieningen als elektrische verlichting en een watercloset. Omdat de rijtuigen te kwetsbaar zijn om te vervoeren zullen alleen de chique meubels van Amerikaans notenhout uit de trein tentoongesteld worden.
Bruikleengever: Iarnród Éireann – Irish Rail
Edward werd geboren als oudste zoon van koningin Victoria en Prins Albert in 1841. Het Ierse rijtuig ‘State Couch no 351’ werd speciaal gebouwd voor het officiële bezoek van koning Edward VII en zijn vrouw Alexandra van Denemarken in 1903 aan Ierland, dat toen nog onderdeel was van het Britse Rijk. Na het officiële staatsbezoek maakte Edward er nog enkele keren gebruik van om de paardenraces in Ierland te bezoeken. Het gerucht gaat dat hij daarbij niet het gezelschap van zijn vrouw, maar van zijn minnares was.
Oorspronkelijk heeft het hier getoonde rijtuig een dak met een lichtkap, meubilair in Art Nouveau-stijl en wanden met een Barok-motief. Het toilet van Edward heeft grote ramen, waardoor de koning ook daar van het fraaie uitzicht kan genieten. In later jaren is dat allemaal verloren gegaan.
Bruikleengever: Technisches Museum in Wenen.
De reislustigste en beroemdste vorstin is wel Keizerin Elizabeth van Oostenrijk geweest, veel beter bekend als Sissi. Elizabeth bereikt een bijna onsterfelijke status door de populaire romantische Sisi-films met Romy Schneider in de hoofdrol.
De werkelijke Sissi leidde een rusteloos leven. Om het hofleven van Wenen dat ze verafschuwde te ontvluchten, was Elizabeth vrijwel altijd op reis. Van de treinen waarmee ze door heel Europa trok is een zijwand bewaard gebleven. De wand is afkomstig van een rijtuig waarmee Sissi regelmatig naar Triëst, een toeristische havenstad aan de Adriatische kust, reisde. In 1856 bouwt de Kaiserliche K?nigliche S?dlichen Staatsbahn in Wenen een ‘gewoon’ rijtuig om tot rijtuig voor de keizerlijke familie. In 1902 wordt het rijtuig gesloopt, waarbij een deel van de zijwand wordt bewaard. Tegenwoordig maakt de zijwand onderdeel uit van de collectie van het Techniekmuseum, Wenen.
Bruikleengever: Sveriges Järnvägsmuseum, Gävle, Zweden
Carl Gustav wordt op 30 april 1946 geboren als enige zoon van kroonprins Gustav Adolf en prinses Sybylla van Zweden. Zijn vader komt negen maanden later om het leven bij een vliegtuigongeluk. Als zijn grootvader – die ook Gustav Adolf heet - in 1973 overlijdt, wordt Carl Gustav koning. In 1976 trouwde hij met de half Braziliaanse, half Duitse Sylvia Sommerlath. De koninklijke trein die uit Zweden naar Het Spoorwegmuseum komt, kwam in 1930 gereed en is tot 2001 door de koninklijke familie gebruikt. In 1931 krijgt de Zweedse koning Gustav V zijn eigen koninklijk rijtuig. Het exterieur lijkt bijzonder veel op dat van de Karwendel Express, een internationale trein die vanaf 1929 tussen München en Innsbruck rijdt. Als zijn zoon Gustav Adolf VI in 1950 koning wordt, wordt het rijtuig grondig gemoderniseerd. In de jaren ‘60 krijgt het nieuwe draaistellen zodat het een snelheid van 140 kilometer per uur kan halen. Ook de huidige koning van Zweden, Carl Gustav, maakt met zijn familie regelmatig gebruik van de koninklijke trein, totdat deze in 2001 buiten dienst wordt gesteld en wordt opgenomen in de collectie van het Sveriges Järnvägsmuseum, Zweeds Spoorwegmuseum, Gävle.
Leopold werd geboren als eerste kind van prins Albert en prinses Elisabeth. Net als zijn vader bezocht hij de Militaire School. In 1926 trouwde hij met de Zweedse Prinses Astrid, de dochter van Prins Carl en nicht van Koning Gustav V van Zweden. Zij kregen 3 kinderen, namelijk Josephine-Charlotte, Boudewijn (later koning) en Albert (tegenwoordig koning). Na de dood van zijn vader, koning Albert I, werd Leopold III in 1934 tot koning gekroond.
In 1937 reisde de Belgische koning Leopold III nog met de houten rijtuigen die in 1912 werden gebouwd voor koning Albert. De Belgische regering besloot destijds dat het onaanvaardbaar was dat de koning met dergelijk verouderd materieel nog zou worden vervoerd. Besloten werd drie nieuwe rijtuigen te bouwen: een salonrijtuig, een eetplaatsrijtuig en een slaaprijtuig. De rijtuigen werden op 1 april 1939 opgeleverd en op 23 mei van dat jaar in dienst gesteld ter gelegenheid van het officieel bezoek van koningin Wilhelmina aan België. Tijdens de oorlog werden de koninklijke rijtuigen geconfisqueerd door de Duitsers, maar na de oorlog werd het hofmaterieel onbeschadigd teruggevonden. Na het aftreden van koning Leopold in 1951 is het rijtuig gebruikt door zijn opvolger koning Boudewijn.
Anna Paulowna was de vrouw van koning Willem II en koningin van Nederland van 1840 tot 1849. In 1864 bouwde de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij (HSM) een salonrijtuig waarmee Anna Paulowna kon reizen tussen Soestdijk en Den Haag. Toen het rijtuig werd opgeleverd was Anna Paulowna echter al ziek en niet veel later overleed ze zonder gebruik te hebben kunnen maken van haar eigen rijtuig. Het Spoorwegmuseum bouwt met steun van de BankGiro Loterij een replica.
Bezoekers kunnen een blik werpen in het rijtuig van koningin Beatrix, salonrijtuig 10 (Sr10). In 1993 wordt een bestaand rijtuig eerste klasse bij de fabrikant Talbot in Duitsland voor koningin Beatrix omgebouwd tot koninklijk rijtuig. De Sr 10 haalt 160 km per uur en is gecertificeerd om in vrijwel geheel Europa te kunnen rijden. Het rijtuig heeft de NS-huiskleuren blauw en geel. In de onderste gele bies staat een gestileerde kroon. Bij de inrichting van het rijtuig is rekening gehouden met de wensen van de koningin. De centrale salon heeft een vergadertafel van perenhout met zes stoelen van kersenhout. Daarnaast is er een zithoek met vier rode leren fauteuils en een tafel met marmeren blad. Het rijtuig kent verder twee slaapcoupés met toilet- en doucheruimtes, een klein keukentje en een coupé voor het begeleidend personeel.