
Met de trein en boot
Engeland’s beroemdste politicus heeft eens gezegd dat de uitvinding van het vliegtuig “an evil day day for poor England “ was. Misschien is het één van de weinige keren dat Winston Churchill het eigenlijk mis had. Want een ander revolutionair vervoermiddel had indirect al een einde aan de ‘splendid isolation’ van de Britse eilanden gemaakt.
Direct nadat in 1830 de eerste reguliere spoorlijn tussen Liverpool en Manchester tot stand kwam, begon de stoomlocomotief aan een wereldwijde opmars die de afstanden tussen landen enorm deed krimpen. Omstreeks 1875 had de komst van de spoorwegen ook de afstand tussen Groot-Brittannië en het continent veel kleiner gemaakt. Havenplaatsen aan de Engelse oostkust en plaatsen als Calais in Frankrijk, Zeebrugge en Oostende in België en Vlissingen en Hoek van Holland werden per trein bereikbaar, waardoor de oversteek per aansluitend schip eenvoudiger en minder tijdrovend werd.
Vervoerders zagen al vlug perspectieven in zo’n gecombineerde boottreinverbinding en aan weerszijden van de Noordzee kwam het tot samenwerkingsverbanden tussen scheepvaart- en spoorwegmaatschappijen.
In de tentoonstelling ‘Sporen over Zee’ is in Het Spoorwegmuseum in Utrecht in het najaar te zien hoe deze boottreinverbinding zich vanaf 1875 heeft ontwikkeld. De museumbezoekers zullen diverse reizigers uit verschillende periodes in de geschiedenis ontmoeten. Hun persoonlijke verhalen schetsen een beeld van de hoogtijdagen van de boottreinverbinding, maar laten ook zien hoe deze soms in economisch zwaar weer verkeerde.