To Biel or not to Biel
Geregeld ontvangt het Spoorwegmuseum bijzondere schenkingen. Zo kregen we onlangs 74 schetsen van vrolijke ontwerpen, die bedoeld waren om Nederlandse stations te verfraaien. Al deze tekeningen waren gemaakt door ene ‘Ben Biel’. Maar wie heet er nu Ben Biel?
Onze Conservator Kunst en Cultuurgeschiedenis had werkelijk geen idee waar het over ging, tot verbazing van de schenker Gerben de Jong uit Oost-Groningen aan de ander kant van de lijn. Dat een conservator van het Spoorwegmuseum nog nooit gehoord had van Ben Biel kon er bij hem echt niet in. Als spoorman in hart en nieren wist hij te vertellen dat Ben Biel in de jaren 70 bij NS een heuse goeroe was, die alle saaie stations met speelse bielzenconstructies omtoverde tot plekken waar je graag wilde verblijven.
Wie is Ben Biel?!
Wie heet er nou Ben Biel? Onderzoek wees uit dat dat het hier gaat om N.H. Benninga uit Laren, die in de jaren 70 inderdaad onder de bijnaam ‘Ben Biel’ enige bekendheid bij NS genoot. Dit pseudoniem is afgeleid van het materiaal waarmee Benninga het liefst werkte: de biel. Weinig mensen zullen weten dat dit het enkelvoud is van het woord bielzen, waarmee de dwarsliggers op het spoor worden bedoeld. Tussen 1938 en 1958 was Benninga werkzaam bij de Bijenkorf, waarvan de laatste jaren als directeur. Daarna ging hij onder meer als adviseur bij het Instituut voor Industriële Vormgeving aan de slag.
Eenmaal gepensioneerd nam Benninga zitting in een speciale werkgroep van NS, die tot doel had de omgeving van stations te verbeteren. In die tijd hadden vooral de kleinere stations een slechte naam vanwege hun matige staat van onderhoud en het gevoel van onveiligheid. Dat Benninga voor zijn ontwerpen oude dwarsliggers gebruikte, was niet helemaal nieuw. De eerste die veelvuldig met dit materiaal werkte, was de beroemde tuinontwerpster Mien Ruys. Zij kreeg zelfs de door haar verafschuwde bijnaam ‘Bielzen Mien’, omdat haar idee om oude bielzen als afscheiding, zitkuil of verhoging toe te passen in de jaren 70 werkelijk overal navolging kreeg in Nederlandse tuinen.
To biel or not to biel
De verdienste van Benninga is dat hij ook NS wist te enthousiasmeren voor het gebruik van bielzen, die hij betrok van stapelplaats Crailoo, een opslagplaats voor spoorwegmaterialen. Benninga ontwierp met afgedankte bielzen onder meer hekken, afrasteringen, plantenbakken, zitjes en sculpturen. Die gaf hij originele namen als ‘bielrondo’s’ voor stationspleinen, ‘biellisaden’ voor de fietsenstallingen en ‘bielgroenbakken’ voor de broodnodige groenvoorziening. Daarmee deed hij aan upcycling avant la lettre, wat tegenwoordig weer helemaal in is bij NS. Een tijd lang weerklonk dan ook zijn gevleugelde uitspraak bij het spoorbedrijf: “To biel or not to biel”.
Schenking
In de loop van de jaren 80 ebde de bielzenrage langzaam weg en ook bij NS raakte de constructies van dwarsliggers op de stations uiteindelijk uit de gratie. De witdrukken van de ontwerptekeningen van de ooit gevierde “bieloloog, benbielist, bielzeneur of bielissadist (maar vooral geen bielzenkoning!)” werden door Gerben de Jong uit de papiercontainer gered en aan het Spoorwegmuseum geschonken.
Inmiddels zijn de 74 tekeningen beschreven, gefotografeerd en voorlopig in depot opgeborgen, waarmee Ben Biel en zijn fantasierijke ontwerpen aan de vergetelheid zijn ontrukt.