Op zaterdag 30 mei rijdt de trein tussen Utrecht Centraal en het Spoorwegmuseum met een aangepaste dienstregeling. Op zondag 31 mei rijdt deze trein tot 13.00 uur niet. Check de reisplanner van NS of 9292.nl voor het meest actuele advies. Op zondag 31 mei is het museum i.v.m. Utrecht Marathon alleen bereikbaar via de Maliebaan. 

Het comfort van de eerste klasse

Groot nieuws: NS wil de eerste klasse coupés afschaffen in de Sprinters. Gaat dat niet ten koste van het comfort van reizigers die er graag wat meer geld voor over hebben, of heeft het spoorbedrijf de extra zitruimte keihard nodig voor de tweede klasse reizigers? Hoe is de verdeling in klassen eigenlijk ontstaan en wist je dat er vroeger zelfs drie klassen waren in de treinen?

Diesel III, foto tweede en derde klasse, die vanaf 1956 eerste en tweede klasse werden. Spoorwegmuseum nr. 42138

Drie klassen

Vanaf het allerprilste begin waren er niet twee, maar drie verschillende klassen bij de spoorwegen. De Europese en dus ook de Nederlandse samenleving was in standen of klassen verdeeld. Daarbij was het niet bepaald de bedoeling dat iemand van gegoede komaf rechtstreeks in contact kwam met ‘het gewone volk’. Op de eerste spoorlijn van Nederland tussen Amsterdam en Haarlem waren vanaf 1839 dan ook drie verschillende klasse rijtuigen voorzien, die in principe ook letterlijk voor verschillende vermogensgroepen in de maatschappij waren bedoeld. Voor de meeste ambachtslieden, arbeiders, dagloners en mensen uit de lagere burgerij was zelfs het goedkoopste treinkaartje echter nog te duur.

Voor 40 cent konden reizigers plaatsnemen in een derde klasse ‘Waggon’, die wat comfort betreft vergelijkbaar was met het destijds meest gangbare vervoermiddel: de trekschuit. Voor dat geld moesten de reizigers bukkend de zeer lage rijtuigen in en op harde houten bankjes plaatsnemen. Verlichting, verwarming en een toilet waren niet aanwezig. Sterker nog, de derde klasse rijtuigen hadden geen ramen en hingen direct achter de stoomlocomotief, zodat de reizigers bij regen niet alleen kletsnat werden, maar ook nog eens naar roet en rook stonken na een ritje in de trein.

Wie iets comfortabeler wilde zitten, legde 80 cent neer voor een plek in de tweede klasse, of ‘Char à Bancs’. Voordeel daarvan was dat voor de ramen een soort zeildoek hing, dat bij slecht weer naar beneden kon worden gelaten.

De rijtuigen eerste klasse, de ‘Diligences’, hadden wel ramen, stoffen banken en een stuk meer beenruimte, maar een ritje daarmee kostte maar liefst een gulden twintig en was dus alleen maar voorbehouden aan mensen met een goed gevulde portemonnee.

Het huwelijksaanzoek in een eerste klasse coupé, Constant Cap, 1885, Spoorwegmuseum nr. 9664.

In de loop van de negentiende eeuw nam het verschil tussen de klassen in de treinen steeds verder toe. Gelukkig werden alle rijtuigen hoger en kwamen er ramen, lampen en bagagerekken. Terwijl de harde, houten banken in de derde klasse bleven, kregen de eerste klasse reizigers zachte kussens in gecapitonneerde banken. De verschillende spoorwegmaatschappijen die Nederland toen rijk was, zorgden ’s winters voor warmwaterstoven zodat de voeten van de eerste en tweede klasse reizigers lekker warm bleven.

Dame met de warmwaterstoof in een eerste klasse coupé, Constant Cap, 1882, Spoorwegmuseum, nr. 4122.

Derde klasse reizigers moesten het zonder warme voeten doen of zelf maar een voetenstoof meenemen. Toch was de derde klasse van meet af aan het meest populair, zeker bij zuinige Nederlanders. Wie als gegoede burger toch een goedkoop kaartje voor de derde klasse kocht, verschool zich gewoon achter een krant of boek zodat hij niet met lager geplaatste personen hoefde te praten.

Spotprent die de overvolle derde klasse toont. Poldom, 1907, Spoorwegmuseum nr. 16882.

Tweeklassensysteem

Pas in 1956 ging NS, net als andere spoorwegmaatschappijen in Europa, over op een tweeklassensysteem, waarbij de eerste klasse verdween. De extra comfortabele eerste klasse coupés trokken al jaren minder reizigers en waren dus voor de spoorwegen relatief duur in onderhoud. De tweede klasse werd gepromoveerd tot eerste klasse en de derde klasse werd tweede klasse. In de nieuwe elektrische rijtuigen en treinstellen uit die tijd was het verschil tussen eerste en tweede klasse overigens al veel minder zichtbaar. Deze ontwikkeling ging gelijk op met de maatschappelijke veranderingen die in de jaren vijftig doorzetten. De lagere en middeninkomens profiteerden van de snel groeiende welvaart, waardoor de afstand tussen de klassen werd genivelleerd. Al te duidelijke verschillen in comfort pasten niet meer bij de tijdgeest.

1e en 2e klasse in de Hondekop

Toch waren en zijn er nog steeds kleine verschillen in de twee klassen die er voor sommigen echt toe doen. Zo heeft de eerste klasse reiziger meer zitruimte en vaak net wat beter zittende stoelen. En daar was (en is) hij of zij graag bereid voor te betalen. Bovendien trekt de eerste klasse net als vroeger veel minder reizigers, zodat je er bijna altijd wel een zitplaats kan vinden. En dat comfort is natuurlijk nauwelijks in geld uit te drukken!

Interieur Mat '64