Stroomlijn

Het Eureka! moment

Een gestroomlijnde vorm zorgt voor minder luchtweerstand, waardoor een gestroomlijnde trein sneller kan rijden dan een stoomlocomotief.

Stroomlijn

Hoe zorg je ervoor dat treinen sneller kunnen rijden? Dat kan op verschillende manieren maar in de jaren 30 van de vorige eeuw werd er nagedacht over de vorm van treinen. Door treinen een strakkere vorm te geven, ze gestroomlijnd te maken, ondervinden ze minder luchtweerstand. Hoe minder luchtweerstand hoe sneller een trein kan.

Diesel III

Het Spoorwegmuseum beschikt over een bijzonder windtunnelmodel van de eerste gestroomlijnde trein van Nederland: de Diesel III. Deze dieselelektrische treinen veroorzaakten in 1934 een ware revolutie op het spoor. Dat was niet alleen omdat het na bijna 100 jaar stoomtractie de eerste treinen waren die een dieselelektrische motor hadden, maar vooral omdat ze met hun gestroomlijnde, zilvergrijze uiterlijk radicaal afweken van alles wat in die tijd gangbaar was. Het woord ‘diesel’ werd al snel synoniem voor modern, snel en vooruitstrevend. Fabrikanten die wilden meeliften op de populariteit van de dieseltrein, brachten dieselwaspoeder, dieselmargarine of dieselstofzuigers op de markt. Zelfs de beroemde Frans-Amerikaanse ontwerper Raymond Loewy reageerde lovend op het ontwerp, en dat terwijl de vorm en kleur gewoon bedacht waren in Nederland, om precies te zijn bij de afdeling Rijtuig- en Wagenbouw van NS.

Openingsrit Diesel III, 1934

Luchtweerstand

Aan het begin van de jaren dertig kreeg NS voor het eerst concurrentie van het wegverkeer. Als antwoord daarop streefde het bedrijf naar meer en snellere diensten tussen de grote steden. Daarbij werd gekozen voor dieselelektrische treinen, die zowel een diesel- als elektrische motoren hebben. Voor de vorm van de dieselelektrische treinen werd gekeken naar Duitsland, waar met de ‘Fliegende Hamburger’ goede resultaten waren geboekt. De ronde, gladde treinen bleken minder luchtweerstand te ondervinden, waardoor minder brandstof nodig was en hogere snelheden mogelijk werden. Onder leiding van de chef van de dienst voor materieel, W. Hupkes, en hoofdingenieur van de afdeling Rijtuig- en Wagenbouw van NS, E. Bolleman Kijlstra, werd gesleuteld aan het ideale ontwerp. Deze afdeling liet in 1933 een houten model op schaal 1:25 maken om de luchtweerstand te meten in de windtunnel van de Luftschiffbau Zeppelin in Duitsland. Na de positieve testresultaten werden veertig driewagenstellen gebouwd, die bekend zijn geworden onder de naam ‘Diesel III’.

De gestroomlijnde Zeppelintrein

Doorslaand succes

De bouw werd uitbesteed aan de Nederlandse fabrikanten Werkspoor, Beijnes en Allan. De dieseltreinen werden een doorslaand succes, niet alleen doordat de stroomlijnvorm direct omarmd werd door het grote publiek, maar ook omdat de treinen inderdaad veel sneller waren: ze haalden de toegestane snelheid van 125 km per uur en reden maximaal zelfs wel 140 km per uur.