Vanwege een technische storing kan de Arend op 24 en 25 oktober niet rijden. Ook de pendeltrein naar het museum rijdt dit weekend niet.

Visitekaartje van de spoorwegen: het station

Met de komst van de trein ontstaat een nieuw fenomeen: het station. Van eenvoudige houten gebouwtjes, zoals het eerste station D’Eenhonderd Roe in Amsterdam, ontwikkelen stations zich in de negentiende eeuw tot monumentale gebouwen vol pracht en praal.

Opkomst van het station

Rond 1850, wanneer de trein definitief een plekje heeft bemachtigd in het Nederlandse landschap, wordt het station het visitekaartje van de spoorwegmaatschappij. Een station moet reizigers overtuigen om te vertrouwen in het spoorbedrijf. Niet alleen moet het station de rook van de locomotief verdoezelen, het moet vooral ook allure en comfort uitstralen.

Adembenemende stations verrijzen zoals Rotterdam Delftsche Poort en Amsterdam Willemspoort. Behalve station Valkenburg, het oudste nog bestaande station van Nederland  uit 1853, zijn al deze vroege stations helaas gesloopt.

Amsterdam Willemspoort

Eenheid in stationsbouw

Vanaf 1860 ontstaat de behoefte aan een nieuw soort stationsbouw. Het ministerie van Waterstaat ontwerpt stationstypes in vijf verschillende klassen. De grootste en meest luxueuze Waterstaatstations zijn die in klasse 1. Er zijn veel voorzieningen zoals salons en aparte wachtkamers voor rokers en niet-rokers, dames en heren. De stations in klasse 5 zijn kleiner en bezitten minder faciliteiten.

Rond 1890 floreren de spoorwegen en hebben de spoorwegmaatschappijen volle portemonnees waarmee ze prachtige stations kunnen bouwen. Sommige stations uit deze periode doen nog steeds dienst, zoals Amsterdam CS en Den Haag Hollands Spoor. In de jaren dertig van de twintigste eeuw was het uit met de pret. Het spoorbedrijf, inmiddels samengegaan als NS, kreeg het financieel zwaar.

Amsterdam Willemspoort, 1878

De functie van het station verandert

Na de Tweede Wereldoorlog staat het station niet langer op zichzelf, maar ontwikkelt het zich tot een knooppunt voor vervoer. Er verschijnen taxi-standplaatsen en haltes voor trams en bussen.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontstaat het ideaal van de gecombineerde bouw: een station als onderdeel van bijvoorbeeld een winkel- of kantorencentrum. Zo wordt het oude stationsgebouw van Utrecht CS gesloopt en wordt het nieuwe stationsgebouw opgenomen in het overdekte Hoog Catharijne.

In de jaren tachtig wordt er opnieuw nagedacht over de functie van het station. Net als anderhalve eeuw geleden wordt het station weer gezien als visitekaartje van de spoorwegen. Jonge architecten steken de koppen bij elkaar om opvallende en memorabele stations te ontwerpen. Zo worden de nieuwste stations niet gebruikt als rookgordijn voor de treinen, maar zijn ze licht, open en toegankelijk. De trein mag gezien worden!