Werk aan het spoor! Van 7 t/m 10 februari is Stalen Monsters gesloten.

Joop Geesink ontwerpt voor NS

Door brandstofschaarste en gebrek aan rollend materieel was het ‘ook in den oorlog druk’ in de treinen, fotograaf onbekend, 1943.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de treinen in Nederland voller dan ooit tevoren. Vanwege het gebrek aan benzine was de stoomtrein nog het enige betrouwbare vervoermiddel. Reclame om meer reizigers de treinen in te krijgen, werd daardoor overbodig. Toch verschenen tijdens de oorlog een aantal bijzondere affiches die reizigers en spoorwegpersoneel informeerden en waarschuwden voor de oorlogsomstandigheden. Een aantal daarvan werd ontworpen door ontwerper Joop Geesink.

Reclame

De Commerciële Afdeling van NS werkte vanaf 1938 en in de oorlog graag samen met Joop Geesink, die reclametekenaar en ontwerper was en later vooral bekendheid verwierf als poppenfilmmaker. Zijn creatie Loekie de Leeuw is tot de dag van vandaag dagelijks op de Nederlandse televisie te zien in vrolijke filmpjes tussen de reclameblokken. Het eerste affiche dat Geesink voor NS maakte, dateert van 1938. Het was bedoeld om de voordelen van de zogeheten starre dienstregeling aan te prijzen. In plaats van onregelmatig reden de treinen nu elk half uur. Geesinks humoristische stijl is goed te zien op dit affiche, waarbij een gehaaste reiziger door de kruier tot kalmte werd gemaand: de treinen gingen voortaan toch elk half uur.

Het affiche uit 1938 laat op humoristische wijze zien dat reizigers zich voortaan geen zorgen meer hoefden te maken omdat er vanaf dat moment toch elk half uur een trein naar de belangrijkste bestemmingen reed.

Zomerdienstregeling

In 1939 ontwierp Geesink voor NS de nieuwe zomerdienstregeling. Daarbij verving hij het traditionele symbool van de spoorwegen, het gevleugelde wiel, door een stoomlocomotief met zogeheten ‘windleiplaten’. Deze waren bedoeld om de wind zodanig om te leiden dat de locomotieven minder weerstand ondervonden en dus sneller reden. Bovendien zorgden de platen ervoor dat de stoker en machinist minder rook in hun gezicht kregen. Geesink suggereerde met simpele lijnen stoom en wind rond de locomotief.

Links de door Geesink ontworpen zomerdienstregeling van 15 mei 1939. Rechts: de dienstregeling die het jaar daarvoor verscheen, met het traditionele vliegende wiel.

NS staat voor u klaar

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd NS gekweld door de gevolgen van de economische crisis. Het lukte maar niet om uit de rode cijfers te komen. Door een dienstbare en klantgerichte houding hoopte NS op meer reizigers. In die lijn ontwierp Geesink een stationschef die vrolijk aan zijn rode pet salueert. Op zijn rug heeft hij een vertrekstaf, ook wel bekend als ‘spiegelei’.  Het figuurtje lijkt het motto ‘NS staat voor u klaar’ uit te beelden en kwam op allerlei NS-uitingen terug.

Gipsen reclamebeeldje in de vorm van een stationschef, in 1939 voor NS ontworpen door Joop Geesink.

Ook op affiche-ontwerpen van andere kunstenaars, zoals H. Nijgh uit 1941, zien we dezelfde stationschef vrolijk salueren en zwaaien. Een van zijn affiches maakt duidelijk dat de reizigers in de volle treinen het beste aan de achterkant in en aan de voorkant uit konden stappen voor een goede doorstroming.

De saluerende stationschef kwam ook terug in affiche-ontwerpen van H. Nijgh uit 1941.

Klein verzet

Een informatiebord met een afbeelding van de door Joop Geesink ontworpen stationschef bevat niet alleen aan de voorkant, maar vooral aan de achterkant een belangrijke boodschap. Aan de voorzijde kon de reiziger lezen dat instappen zonder geldig treinkaartje een boete van f 1,50 opleverde. Op de achterzijde staat een voorbeeld van klein verzet. Een reiziger of personeelslid van NS heeft er de volgende tekst op geschreven: “Weg met de rotmof Heidrich bijna gedood!!! Wanneer volgt Seys-Inquart?? en wanneer Mussert?? Nederlanders, versaagt niet, eens komt de tijd dat wij onze gevallen broeders kunnen wreken. Al duurt het wat lang. Wanhoopt niet. Onze officieren zijn weg maar er wordt weer verder gewerkt. Leve Vrij Nederland”.

De speelkamer van Amsterdam Centraal Station

In maart 1941 waren perschef van NS Dick Schiferli en ontwerper Joop Geesink betrokken bij het inrichten van een speelkamer in het Amsterdam Centraal Station, om precies te zijn op een bovenverdieping van perron 2b, de oostvleugel. Het idee was dat de jeugd zich daar elke woensdag- en zaterdagmiddag met een modelbaan kon vermaken. Schiferli wilde kinderen daarmee van jongs af aan vertrouwd maken met het spoorwegbedrijf. Samen met Joop Geesink en hulpstationschef Jongstra was hij op 18 juni aanwezig in het Centraal station om de vorderingen van de speelkamer aan de pers te laten zien. Daarbij toonden ze ook de maquette van de hand van Geesink, die een voorstelling gaf van hoe de kamer eruit zou komen te zien. Er kwamen drie speeltafels waarop rails, seinen en tableaus bevestigd waren. Langs een blinde wand werd een afbeelding van een coupé geprojecteerd, met een voorbijschuivend landschap. Hier konden de ouders plaatsnemen om op hun kinderen te letten. Toegangskaartjes voor de speelkamer zouden 5 cent gaan kosten en er konden 36 kinderen tegelijk spelen.

Later in 1941 was de speelkamer onderwerp van discussie tussen NS en de hoogste Duitse toezichthouder op de Nederlandse spoorwegen, de Bahnbevollmächtigte. De firma S. van Embden, sedert 1879 gevestigd aan de Kalverstraat 4-8 te Amsterdam, leverde de tafels en bemiddelde voor de levering van de modelbanen die door fabrikant Märklin vervaardigd waren. De Duitsers kregen er lucht van dat de directeur Van Embden Joods was. Zij eisten op grond daarvan directe sluiting van de speelkamers in het station. In de correspondentie tussen hoofd Exploitatie van NS, Gustav Giesberger, en de Bahnbevollmächtigte bevinden zich documenten waaruit blijkt dat Giesberger hierop om opheldering verzocht bij Schiferli. Schiferli schrijft op 14 augustus 1941 aan ‘Giesbergen’ dat hij echt niet had geweten dat van Embden een Joodse zaak was. Bovendien was er tussen de directeur van de zaak en de Duitse firma Märklin zo’n goede verhouding, dat hij meende dat er rustig zaken gedaan konden worden. Ook de brief van de directeur van Van Embden zelf stuurde op 14 augustus een brief waarin hij meedeelde dat hij hoogst waarschijnlijk niet onder het begrip ‘Joodsche zaak’ viel en daarover een verzoekschrift bij de Rijkscommissaris had ingediend. Ondanks deze commotie achter de schermen bleef de kinderkamer tijdens de oorlog gewoon in bedrijf. In 1942 wijdde het Polygoonjournaal zelfs een filmpje aan de enthousiaste kinderschare die met de modeltreintjes in de weer was

Affiches in oorlogstijd

In de loop van de oorlog kreeg NS te maken kreeg met een groot gebrek aan rollend materieel. Steeds meer rijtuigen en goederenwagens werden door de Duitse bezetter opgeëist. De overvolle treinen konden moeilijk nog voller worden. In een van zijn brieven constateerde de perschef van NS, Dick Schiferli, dat propaganda voor de reizigers geen zin meer had. Schiferli liet Joop Geesink wel een aantal affiches voor treinreizigers en NS-medewerkers ontwerpen die opriepen tot voorzichtigheid. Een van die affiches spoorde het spoorwegpersoneel aan tot naleving van de verduisteringsmaatregelen. Omdat geallieerde piloten zich op lichtbronnen op de grond konden oriënteren, moesten alle Nederlanders hun huizen en kantoren verduisteren. Het affiche toont dan ook een verlicht kantoor waarop een zwerm vliegtuigen afkomt. De vrolijke stationschef had inmiddels plaats gemaakt voor een veiligheidsman met helm en bijl.

Affiche dat Geesink ontwierp om kantoorpersoneel te waarschuwen bij donker de ramen te verduisteren.

Bommen

Een nog explicietere waarschuwing gaf Geesink met het affiche “Bommen suizen naar het licht! Houd dus de gordijnen dicht!”. Boven een in duisternis gehulde locomotief bevinden zich drie enorme bommen en een vervaarlijk rood oplichtend schijnsel. Het moet een dreigend en effectief beeld zijn geweest. Dat gold voor de reizigers, die geacht werden de gordijnen van de rijtuigen ’s avonds zorgvuldig te sluiten, maar ook voor het treinpersoneel. Machinisten moesten bij nacht extra voorzichtig rijden omdat de lampen van hun stoomlocomotieven van verduisteringsplaten waren voorzien, om nog maar een klein streepje licht door te laten.

Affiche dat Geesink ontwierp om kantoorpersoneel te waarschuwen bij donker de ramen te verduisteren.

Zuinig met materialen

Geesink ontwierp in 1942 en 1943 enkele bordjes bedoeld voor NS-personeel, waarbij onder meer de nadruk lag op het spaarzaam omgaan met beschikbare materialen. Op een van die bordjes wordt het NS-personeel gemaand om vooral zuinig te zijn op papier, dat steeds schaarser werd. Oude kalenders en dienstregelinggrafieken werden wel gebruikt om op de achterkant weer nieuwe tekeningen of verslagen te maken. “Als iedere administratieve ambtenaar per dag één velletje verknoeid, is dat per jaar een band van een meter breed van Utrecht naar Maastricht: 180 kilometer lang!”, zo luidde de tekst. Geesink vatte dit samen in een beeld van een goedgeklede ambtenaar die achter zijn bureau achteloos een velletje papier in de prullenbak gooit. Vanaf zijn bureau in Utrecht loopt een papierrol helemaal door naar Maastricht.

Wees zuinig met papier, informatiebord ontworpen door Joop Geesink in 1943.

De door Geesink ontworpen waarschuwingsbordjes werden in de kantoren, achter de loketten en in de werkplaatsen van NS opgehangen, zoals blijkt uit de foto van een lokettiste aan het werk op station Ede. Naast de kaartjeskast hangt het bord dat personeel aanspoort om zuinig met batterijen om te gaan.

Wees zuinig met batterijen
Lokettiste aan het werk op station Ede in 1943, fotograaf onbekend.

Filmstudio

In maart 1942 begon Geesink met zijn carrière als filmmaker onder de titel Joop Geesink Filmproducties. Samen met 15 medewerkers was zijn eerste opdracht er eentje van NS, namelijk het reclamefilmpje ‘Pierus Peddelaar dérailleert’. Het ging over een mannetje dat in een drukke trein tegen een stroom reizigers in loopt, wat niet bepaald handig blijkt. De boodschap was dat reizigers in de drukke treinen voor in, en achter uit moesten stappen. Het filmpje werd in de oorlogsjaren in de bioscoop vertoond, maar is tot nu toe onvindbaar. Later in 1942 ging Geesink een samenwerking aan met Marten Toonder onder de naam ‘Geesink-Toonder Teekenfilm-productie’. Door tegengestelde karakters en andere creatieve inzichten gingen Geesink en Toonder in 1943 alweer uit elkaar. Geesink legde zich in 1944 toe op het maken van decors voor cabaret-revues en balletvoorstellingen. Dat zowel Toonder als Geesink tijdens de gehele oorlogsperiode door konden werken, kwam doordat zij beiden lid waren van de door de Nazi’s ingestelde Kultuurkamer, waaruit Joden en alle anti-Duitse elementen werden geweerd. Om deze reden kregen zij na de oorlog van de filmzuiveringscommissie een schorsing van negen maanden opgelegd. Omdat Geesink zich daarna vooral op het maken van poppenfilms toelegde, verdween zijn werk als affichemaker naar de achtergrond en stopte daarmee ook de samenwerking met NS.