Maliebaanstation 150 jaar

Het Maliebaanstation is één van de iconische gebouwen van de stad Utrecht en tevens entreegebouw van het Spoorwegmuseum. Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij het station opende. Met een uitgebreide tentoonstelling wordt dit jubileum gevierd, waarin wordt teruggeblikt op de bouw, het station door de jaren heen en de mensen die er woonden en werkten.

Tentoonstelling

In 1874 werd in Utrecht een nieuw treinstation geopend, het Maliebaanstation. In de tentoonstelling ‘Maliebaanstation 150 jaar’ blikt het museum terug op de lange geschiedenis. Maak kennis met de mensen die er gewerkt hebben en ontdek de vele functies die het station door de jaren heeft gehad. Van station waar de trein naar Parijs vertrok, naar rangeer- en goederenstation. En van de zwarte bladzijde in de Tweede Wereldoorlog tot de huidige functie als museum.

Het station met omwonenden en werknemers in 1901 - bron: HUA

Protesten

Op 10 juni 1874 opende de Hollandsche IJzeren Spoorweg- Maatschappij een zijtak van de Oosterspoorlijn die van Hilversum naar Utrecht liep. Vlakbij de Maliebaan verrees een monumentaal station als opstapplaats voor de Utrechtse reizigers.

De keuze voor de plek van het station had nog wat voeten in aarde. Het oorspronkelijk geplande tracé ging over de Singel en het Zocherplantsoen. Dit leidde tot forse protesten van omwonenden en ook de gemeenteraad was tegen. De bezwaren richtten zich op verlies van wandelgroen, afsluiting van de vaarroute en stremming van het wegverkeer. Ook vreesde men overlast van ‘rollende en rookende locomotieven’. Buys Ballot van het KNMI op bolwerk Zonnenburg was bang voor verstoring van de meetapparatuur, terwijl de gevangenisdirecteur van Wolvenplein vreesde dat gevangenen door passerende treinen steeds aan de buitenwereld zouden denken en ‘ligter plannen tot ontvluchting beramen’.

Uiteindelijk werd gekozen voor het een tracé ten oosten van de Maliebaan met een station bij de Maliebrug tegenover Park Lepelenburg. Het station werd voor het naar huidige maatstaven luttele bedrag van 200.000 gulden uit de grond gestampt. De bouw duurde slechts 9 maanden!

Een kaartje kopen bij de loketten in 1935

Van station naar museum

Aanvankelijk floreerde het station –je kon er opstappen op een rechtstreekse trein naar Parijs- maar gaandeweg verloor het station zijn belangrijke functie en werd het stil. Dichter F. Bordewijk omschreef in 1935 de sfeer in het station treffend als “een lijk boven aarde, dat vaak nog beklemmend onzen droom zal beheerschen”. In 1939 viel het doek en sloot het station voor reizigersvervoer, het verlaten station werd wel nog als rangeer- en goederenstation gebruikt. In de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers bezit van het Maliebaanstation met als zwarte bladzijde de deportatietransporten van Utrechtse Joden.

Na de oorlog werd besloten dat het Maliebaanstation de ‘blijvende behuizing’ van het Spoorwegmuseum zou worden. Op 28 november 1953 was het zover, voor een kwartje entree konden bezoekers een gedeelte van het nieuwe museum bezoeken. In november 1954 was het gehele museum klaar en vond de officiële opening plaats. In 2005 werd het station weer in authentieke staat teruggebracht en sindsdien fungeert het als monumentaal entreegebouw van het vernieuwde Spoorwegmuseum.