Terug op het spoor: Mat ’64
Voor velen is het een iconische verschijning op het Nederlandse spoor. Welke treinreiziger heeft er niet in gezeten? Met meer dan 55 jaar dienst en 246 treinstellen is de Mat ’64 Plan V een bekende verschijning voor vele generaties. Vanaf deze week is hij na jaren afwezigheid zelfs weer terug in dienst bij vervoerder Keolis! Bij menig treinliefhebber viert de nostalgie hoogtij: want hoe fijn zitten die oude stoelen toch?! Geen wifi aan boord, geen stroomlaadpunten en de galmende stem van de conducteur die het volgende station omroept in plaats van een onpersoonlijk schermpje. Ramen die je nog gewoon zelf kunt openen voor een frisse neus, en een toilet dat nog direct op het spoor loost.
Voor ons reden genoeg om terug te blikken op de Mat ’64 Plan V, en om in onze collectie te duiken voor oude foto’s, dia’s en prenten van deze markante trein.
Hypermodern
Het lijkt nu misschien een stukje spoorweggeschiedenis, maar bij de introductie in de jaren zestig was de Mat ’64 hypermodern en een grote stap voorwaarts voor reizigers en NS. De karakteristieke bolle neus – ontworpen ter bescherming van de machinist – gaf de trein een herkenbaar uiterlijk. Dankzij het lichtere ontwerp ten opzichte van zijn voorganger, de Mat ’54 (met de bijnaam ‘Hondekop’), kwam de Mat ’64 sneller op snelheid. De treinstellen werden door het hele land ingezet, zowel als stoptrein, sneltrein als incidenteel als intercity. Ze reden uiteindelijk veel langer door dan oorspronkelijk gepland, simpelweg omdat ze oerdegelijk en betrouwbaar waren. Ze reden altijd!
Hoeveel Plan V’s zijn er gebouwd?
Net als zijn voorgangers Mat ’46 en Mat ’54 werd ook de Mat ’64 geproduceerd in zowel tweedelige (Plan V) als vierdelige (Plan T) treinstellen. Na de succesvolle introductie van de vierdelige Plan T volgden in 1963 gesprekken tussen NS en Werkspoor over een kortere, tweedelige variant. Dit werd de Plan V, gebaseerd op de treinstellen Plan T en de driedelige dieseltreinstellen van Plan U. De eerste bestelling voor 30 treinstellen werd op 15 juni 1965 geplaatst, met een prijs van 685.000 gulden per treinstel, exclusief elektrische installatie.
Uiteindelijk groeide de serie uit tot maar liefst 246 treinstellen, waarmee het jarenlang de grootste treinenserie van NS werd. Vanaf eind jaren ’60 kwam ook de Duitse fabriek Talbot in Aken in beeld voor de productie, om de vloot sneller uit te breiden tegen lagere kosten, omdat NS een dringende behoefte had aan nieuwe treinstellen.
De laatste in Nederland gebouwde trein
De laatste Mat ’64 verliet de Werkspoorfabriek in februari 1972, terwijl Talbot de laatste levering op 14 december 1976 voltooide. De 246 treinen zijn uiteindelijk in 10 jaar en 10 maanden gebouwd. Daarmee werd de Plan V ook de laatste serie treinstellen die in Nederland werd gebouwd.
Van groen naar geel
Oorspronkelijk werden de treinstellen afgeleverd in een klassieke groene kleur, maar vanaf 1969 werden ze langzaamaan omgespoten naar de kenmerkende gele NS-huisstijlkleur en vanuit de fabriek ook direct in NS-geel geleverd. Naast de veranderingen aan de buitenkant, werden de treinstellen regelmatig gemoderniseerd. Bagageafdelingen maakten plaats voor extra zitplaatsen – ideale jeugdhonken! – en sommige treinstellen kregen zelfs koffieautomaten, herkenbaar aan het grote DE-logo op de zijkant van de trein.
Apekop?!
Hoewel de Mat ’64 vaak ‘Apekop’ wordt genoemd, is deze bijnaam nooit officieel gebruikt en pas bedacht toen de eerste treinstellen al gesloopt werden. Intern sprak men bij NS simpelweg over T2-stellen – niet verwonderlijk gezien het tweedelige ontwerp, afgeleid van de vierdelige Plan T. Volgens ons Hoofd Collecties Peter-Paul de Winter wordt het tijd om de bijnaam ‘Apekop’ definitief naar de prullenbak te verwijzen en gewoon te spreken over de Mat ’64 – al bekt dat misschien minder lekker.
De laatste rit
Al in 1983 werd begonnen met de planning voor de uitfasering van de Mat ’64, maar technische problemen bij de opvolger SM ’90 zorgden ervoor dat deze treinstellen veel langer doorreden dan verwacht. Pas in 2004 werd de eerste grote serie terzijde gesteld en gesloopt. In de jaren daarna kon het materieel niet gemist worden en was de resterende vloot nagenoeg volledig inzetbaar. Ook reden vanaf 2006 enkele stellen nog jaren bij regionale vervoerders als Arriva, Veolia en Connexxion. De allerlaatste rit voor NS vond plaats in maart 2016, met een definitief afscheid in september 2016 naar het Spoorwegmuseum, waar één Mat ’64 Plan V nu onderdeel uitmaakt van de vaste collectie.
En voor wie nog eens een ritje wil maken: de Mat ’64 Plan V uit het museum is nog steeds rijvaardig en duikt af en toe op het Nederlandse spoor op – al dan niet vergezeld door de roodgeschilderde Karel.