Het Spoorwegmuseum is wel digitaal open. Bekijk hier proefjes die je thuis kan doen en andere leuke dingen. Vragen? Van maandag t/m vrijdag ( 9 - 17 uur) bereikbaar op 030-2306206 of per e-mail.

Het spoorverleden van Joop Moesman

Utrecht staat dit jaar tijdens Moesmania2020 stil bij het werk van surrealist Joop Moesman. Wat veel mensen niet weten is dat Moesman zijn leven lang bij de Nederlandse Spoorwegen werkte om in zijn onderhoud te voorzien. Het Spoorwegmuseum toont tot eind mei een aantal werken van Moesman die hij maakte in zijn tijd bij de spoorwegen, waaronder menukaarten, logo’s en het topstuk uit de collectie: een schilderij van NS chef Giesberger.

Spoorwegambtenaar Moesman

Onderstaand artikel is deels gebaseerd op Arjan den Boer, ‘Moesman(nen) bij het spoor’, te verschijnen in Tijdschrift Oud-Utrecht, april 2020.

Joop Moesman (1909-1988) werkte van 1925 tot 1968 bij de Nederlandse Spoorwegen om in zijn onderhoud te voorzien. Hij liet zich meermaals geringschattend uit over zijn werk als tekenaar-lithograaf bij ‘het Spoor’. Toch heeft hij een aantal interessante dingen gedaan voor de NS. “Ik ben geen spoorwegambtenaar die voor zijn plezier schildert, maar een schilder die voor zijn verdriet aan het spoor is”, zei Moesman daar zelf over. Moesman begon op 16-jarige leeftijd als loopjongen, maar werd al snel bevorderd tot tekenaar-lithograaf. Zijn werk bestond uit het tekenen van dienstregelingsgrafieken voor intern gebruik. Tijdens zijn lunchpauze wijdde hij zich aan zijn schilderwerk. Hij hield het 43 jaar vol bij de NS en zijn werkgever maakte geregeld gebruik van zijn artistieke talenten. Zo ontwierp Moesman o.a. de wekelijks wisselende menu’s van de stationsrestauratie van Utrecht Centraal en maakte hij menukaarten bij jubilea en afscheidsdiners, met toepasselijke cartooneske tekeningen. Op een daarvan werd W.R. Blankert in 1953 bij zijn vertrek als chef van de Dienst Exploitatie afgebeeld als een Boeddha bovenop een stapel treinkaartjes.

Ontwerpen

Moesman ontwierp ook logo’s, waaronder die van de Trans Europ Express (TEE), een netwerk van snelle en luxe dagtreinen tussen Europese steden. In maart 1966 kreeg Joop Moesman opdracht om nieuw NS-briefpapier te ontwerpen, ‘zonodig met een nieuw vignet’. Hij inventariseerde de bestaande situatie en vond ‘twaalf verschillende uiteenlopende lettersoorten’. Dit leidde tot een adviesrapport over de NS-typografie. Voor het briefpapier ontwierp Moesman een vignet met een grote letter N en een kleinere S, gecombineerd met twee pijlen. Het geheel leek op een geabstraheerd gevleugeld wiel, het aloude spoorwegsymbool. De proefdrukken van het briefpapier voor de diverse afdelingen zijn in het Spoorwegmuseum te zien. Het logo haalde het uiteindelijk niet, in 1968 presenteerde NS een geheel nieuwe huisstijl die gemaakt was door Gert Dumbar van het ontwerpbureau Tell Design.

Portret Giesberger

Het topstuk van Joop Moesman uit de collectie van het Spoorwegmuseum is het portret dat de schilder in 1943 maakte van zijn baas Gustav Giesberger, chef Dienstregelingen. Het is een van zijn weinige schilderijen die niet surrealistisch zijn en het enige dat refereert aan het spoor. Moesman schilderde Giesberger met in zijn rechterhand de door hem ontwikkelde eerste ‘starre’ dienstregeling, op de achtergrond zijn de sporen aan de noordkant van Utrecht CS en de Inktpot zichtbaar. Giesberger poseerde — in werktijd — enkele malen bij Moesman thuis, waarbij ook foto’s werden gemaakt. Deze foto’s  zijn te zien, het schilderij zelf hangt in de opstelling ‘Kinderen van Versteeg’ waar het Spoorwegmuseum de rol van de Nederlandse spoorwegen in de Tweede Wereldoorlog belicht. Tijdens de oorlog was Giesberger de belangrijkste contactpersoon van NS voor de Duitse bezetter.

Postzegels

In 1968 ging Moesman met pensioen, maar bleef hij betrokken bij het spoor. Voor het Spoorwegmuseum ontfermde hij zich over de postzegelcollectie, in 1975 maakte hij een globale inventarisatie van de postzegelverzameling. Het ‘Verslag van de Honorair Conservator voor de Postcollectie’ getuigt hiervan, het boekje is te zien in een vitrine bij de bibliotheek van het museum.