Ontdek Techlab XL van 16 t/m 24 oktober!

Werkterrein Utrecht Maliebaan

Het Spoorwegmuseum heeft een uitgebreid buitenterrein, kenmerkende elementen daarvan zijn het seinhuis en de watertoren. Het museum noemt dit het ‘Werkterrein Utrecht Maliebaan’ en weerspiegelt de werkzaamheden op een emplacement bij het oude Utrechtse station van de Hollandsche Spoorweg Maatschappij in de jaren ‘50.  In deze tijd reden er nog stoomtreinen die er kolen en water komen nemen. Het is een terrein waar bezoekers van het Spoorwegmuseum de authentieke sfeer van de wereld achter het spoor kunnen opsnuiven.

Een terrein met een lange historie

Werkterrein Utrecht Maliebaan is in een klein station, een halte voor spoorwerkers en de naaste omgeving. Het is een emplacement met goederenafhandeling, een werkplaats en een depot, waar goederen worden geladen, waar treinen worden geformeerd en waar een depot is voor locomotieven. Het werkterrein straalt een gevoel van authenticiteit en nostalgie uit. Het ziet eruit alsof de spoormannen heel even zijn weggelopen maar elk moment terug kunnen zijn om hun werk opnieuw op te pakken. Het is ook de thuisbasis van mensen van het baanonderhoud. Het terrein heeft een lange spoorweggeschiedenis, al in 1872 reden hier treinen. In vele stadia van ontwikkeling heeft het zijn huidige vorm gekregen. Het zit vol herinneringen aan vroeger tijden. Het is ruig gebied, met sfeer.

Seinhuis

Op het seinhuis, dat wissels en seinen op het terrein beheerst, kan men met de EduTRAINers zelf  ervaren wat het werk is van de seinhuiswachter,  de treindienstleider (trdl) en de procesleider (pcl). Bezoekers zien hoe seinen werken, kunnen voelen of er veel kracht nodig is om een wissel om te leggen en komen van alles te weten. Alle seinen en wissels zijn werkend gemaakt en kunnen vanuit het seinhuis worden bediend. Daar staat een handelinrichting met een blokkast. Over de bediening van seinen en wissels is nagedacht. Het systeem laat tegenstrijdige handelingen niet toe. De blokkast zorgt dat niet meer dan één trein tussen hier en het volgende station kan rijden. De groene kast, met de venstertjes waarachter witte en rode plaatjes zitten, blokkeert de uitrijseinen zo lang het eerstvolgende station geen toestemming heeft gegeven een trein in zijn richting te laten vertrekken. Op zijn beurt kan dat station zonder onze toestemming geen trein naar hier afzenden. En zo lang er een trein onderweg is kan er geen andere worden gestuurd. De klok, de telegraaf en de telefoon zijn andere belangrijke instrumenten in het seinhuis. Persoonlijk comfort is Spartaans. Bij het tafeltje is een stoel, op de kachel staat een koffiepot (er wordt veel koffie bij het spoor gedronken, men zegt wel ‘Het Spoor loopt op koffie’). Beneden is buiten, onverwarmd en zonder water een toilet. Handen wassen kan binnen bij de pomp boven de ijzeren wasbak. Onder de trap aan de andere kant is een betonnen kolenhok voor de kachel.

Locomotiefdepot

Werkterrein Utrecht Maliebaan is ook een locomotiefdepot. Stoomlocomotieven krijgen er kolen en water en worden er gesmeerd. Er is een spoor met askuil, waar zij hun as en sintels, of zelfs het hele vuur uit kunnen werpen. De askuil is in de buurt van de kolenkraan, want af en toe maakt die hem leeg. Het is ook de plek waar de depotchef met weegbriefjes en registers het kolenverbruik en allerlei andere dingen, in de gaten houdt, en er de machinisten op afrekent. Dit is een belangrijke taak want er bestaat een uitgebreid premiestelsel bij de spoorwegen. Er zijn premies voor spaarzaamheid met kolen en smeermiddelen, voor het inlopen van vertragingen die anderen gemaakt hebben, boetes voor het veroorzaken van vertragingen, voor verwijtbare schades, en ga zo maar door. Daarom is het depot ook de uitvalbasis van de gevreesde TOPZ (tractieopzichter). Volgens velen is dat een omhooggevallen machinist, volgens anderen moet je dieven met dieven vangen. De TOPZ kan zo maar besluiten veertien dagen aan een stuk met een bepaalde machinist mee te rijden en hem niet uit het oog te verliezen, om er achter te komen hoe hij en zijn leerling zo hoog in de premies zijn gekomen. Wellicht, dat hij ze ergens er op betrapt kolen te nemen zonder weegbriefje…

Kolen laden

Kolen worden hier tegenwoordig met de elektrische kraan geladen. Die pakt kolenkarretjes op en zwaait ze boven de locomotieftenders, waar ze door de stokers  (leerling machinisten) worden uitgestort. In zo’n karretje zit rond de driehonderd kilo kolen. Het is van te voren door de depotknechten gewogen. Hoeveel het was hebben zij met krijt op de zijkant geschreven. Niet zo heel lang geleden werd hier nog met manden geladen. In een mand ging rond dertig kilo. Ze werden vol geschept op het koleneiland met de watertoren en dan doorgegeven aan de man op de tender van de locomotief op het spoor daarnaast. Als men pech had stonden de sporen bij het koleneiland vol en moest men met de manden een laddertje op om ze in de tender te legen. Het mandensysteem was natuurlijk meer fraudegevoelig dan dat met de karretjes en al waren de sancties pittig, de verlokkingen waren groot. Het koleneiland doet dus eigenlijk geen dienst meer. Er liggen nog een restantje verweerde kolen en wat vergeten en kapotte manden.

Watertoren

De watertoren doet nog dienst. Zoveel water als locomotieven nemen kan niet zo maar uit de gewone waterleiding komen. De buren zouden ze geen druk meer hebben om hun handen te wassen. Het  depot heeft daarom een eigen watervoorziening en watertoren.  Geregeld komen nog locomotieven water nemen. Sommige locomotieven nemen wel zestien kuub per keer en dat mag niet te lang duren. Er komt een enorme straal uit de slurf. Het putje onder de slurf van de waterkolom wordt de laatste jaren niet meer zo goed schoongehouden en loopt daardoor niet meer zo goed af. Daarom staat er nu een oude oliedrum met gaten aan de kant van het spoor. Als de slurf wordt teruggedraaid, loopt het laatste water in dat vat en drijft de depotchef niet weg in zijn kantoortje. Door de gaten loopt het dan weer geleidelijk weg naar het grind, zodat er in het vat weer plaats is voor de volgende keer. Van tijd tot tijd wordt het reservoir gevuld. Dat doen ze hier met de pulsometer in de houten kast die achter het kantoor van de chef tegen het koleneiland staat. Een pulsometer is een stoompomp zonder zuigers, assen, of vliegwielen. Als water moet worden gepompt sluit men een stoomslang aan op de ketel van een locomotief. Stoom gaat dan beurtelings naar de ene en de andere van de twee gietijzeren dozen van de pomp. De eerste stoom condenseert en zuigt de doos vol water, dat  vervolgens omhoog geblazen wordt naar het reservoir. Intussen is de andere doos weer volgezogen en zo voorts.