Sabotage en verzet

De directie van NS stelde zich op het standpunt dat het spoorbedrijf zich alleen tegen de Duitsers kon verzetten op bevel van de regering in Londen. Tot die tijd moest het hele personeel zich stipt aan de overeenkomst met de Duitsers houden. Waarschijnlijk zijn er door de plichtsgetrouwe houding van het personeel slechts enkele verzetsgroepen binnen het spoorwegbedrijf ontstaan. Zo ontstond een verzetsgroep onder leiding van Jacob Jan Hamelink, die bij de Centrale Werkplaats in Haarlem werkte. Hij probeerde zijn collega’s onder meer aan te zetten tot deelname aan de Februaristaking van 1941, die gericht was tegen de steeds verdergaande maatregelen tegen Joodse burgers. Daarnaast hebben sommige individuele medewerkers van NS kleinschalig verzet gepleegd, bijvoorbeeld door de transporten voor de Duitsers te vertragen, vervoersbewijzen voor het verzet te vervalsen of illegale kranten per trein te verspreiden. En in 1943 legde een deel van het personeel van het directiekantoor van NS, zeer tegen de zin van de directie, het werk neer als protest tegen het weer in krijgsgevangenschap voeren van de Nederlandse militairen.

Individueel verzet

Hoewel het overgrote deel van het NS-personeel het werk plichtsgetrouw uitvoerde, waren er zeker individuele spoorwegmensen die probeerden de diensten voor de Duitsers te hinderen. Dat deden ze bijvoorbeeld door materialen te laten ‘verdwijnen’ of zand in de aspotten van de wielen van een locomotief te strooien zodat deze niet verder kon rijden. De Duitse autoriteiten beschouwden dit soort onregelmatigheden als sabotage en drongen bij NS aan op strenge maatregelen. Het spoorbedrijf verspreidde daarop verschillende affiches en dienstorders om het personeel te laten weten dat elke vorm van tegenwerking van de Duitsers ten strengste verboden was. Desondanks spanden individuele spoorwegmensen zich in om illegale krantjes en verzetsmensen per trein te vervoeren of baantjes te regelen voor mensen die anders tewerkgesteld zouden worden of zouden worden opgepakt.

Georganiseerd spoorwegverzet

Sommige NS-medewerkers sloten zich aan bij georganiseerde verzetsgroepen. Een van hen was Jacob Jan Hamelink, een lasser bij de Centrale Werkplaats in Haarlem. Uit principiële bezwaren om nog langer opdrachten van de Duitsers uit te voeren, nam hij in 1941 ontslag bij NS. Op 18 oktober 1942 werd hij tijdens een verzetsbijeenkomst in Rotterdam verraden en vermoord. Een zelfde lot onderging machinist Jo Lokerman, die actief was in een illegale verzetsgroep in Maastricht en een belangrijke rol speelde in de hulp aan Joodse onderduikers. Hij werd verraden, opgepakt en overleed in concentratiekamp Neuengamme. Daarnaast ontstonden bij NS in het diepste geheim kleine groepen die inlichtingen verzamelden over militaire transporten van de Duitsers en deze doorgaven aan verzetsgroepen die contact hadden met de Geallieerden.

Verzet op het directiekantoor

De directie van NS stelde zich op het standpunt dat de spoorwegen alleen verzet tegen de Duitsers mochten bieden, als die opdracht van de regering in Londen kwam. Al het andere verzet zou alleen maar leiden tot onnodige wraakacties van de Duitsers. Om deze reden deed NS niet mee aan de Februaristaking in 1941 tegen de steeds verdergaande maatregelen tegen de Nederlandse Joden. Ook de landelijke staking, die eind april 1943 uitbrak als protest tegen het weer in krijgsgevangenschap sturen van de Nederlandse militairen, was voor de NS-top taboe. Na de oorlog verklaarde hoofd Exploitatie en voornaamste contactpersoon tussen NS en de Duitsers, Gustav Giesberger, dat hij echter al in het grootste geheim vanaf 1941 in verbinding stond met het verzet en onder meer berichten over militaire transporten aan de Geallieerden doorgaf.

Aanslagen op het spoor

Vanaf 1942 werd het spoor in Nederland steeds vaker doelwit van sabotageacties van verschillende verzetsgroepen in Nederland. Deze bliezen bruggen op of maakten spoorlijnen onklaar om militaire transporten te belemmeren. De Duitsers eisten daarom van NS dat een railwacht werd ingesteld. Deze moest de belangrijkste spoorlijnen op ongeregeldheden controleren. Na de invasie van de Geallieerden op 6 juni 1944 in Normandië nam het aantal sabotageacties van de Nederlandse verzetsgroepen verder toe. Ook tijdens de spoorwegstaking, toen er alleen nog Duitse treinen met Duits personeel reden, gingen de sabotageacties door. De Duitsers antwoordden daarop met steeds grimmiger wordende vergeldingsacties.